HACCP

Wat zijn microbiologische gevaren?

Post Image

Laatst bijgewerkt: januari 2026

Jaarlijks worden in Nederland naar schatting 700.000 mensen ziek door besmet voedsel, blijkt uit cijfers van het RIVM. Microbiologische gevaren, veroorzaakt door bacteriën, virussen, parasieten en schimmels, zijn de belangrijkste oorzaak. Binnen uw HACCP systeem vormen ze doorgaans het grootste deel van de gevarenanalyse.

Wat zijn microbiologische gevaren?

Microbiologische gevaren zijn levende organismen of hun toxines die via voedsel ziekte kunnen veroorzaken. Anders dan fysische gevaren (zoals glas of metaal) en chemische gevaren (zoals pesticiden) zijn microbiologische gevaren niet zichtbaar. Ze vermenigvuldigen zich onder de juiste omstandigheden: warmte, vocht, tijd en voedingsstoffen.

De EU heeft in Verordening 2073/2005 microbiologische criteria vastgesteld voor levensmiddelen. Deze verordening bepaalt welke pathogenen in welke concentraties acceptabel zijn, en wanneer een product onveilig is.

De vier categorieën

Bacteriën

Bacteriën zijn verantwoordelijk voor de meeste voedselinfecties. Ze vermenigvuldigen zich snel in de temperatuurgevarenzone tussen 7°C en 60°C, met een verdubbeling elke 20 tot 30 minuten onder optimale omstandigheden.

Belangrijkste pathogene bacteriën:

  • Salmonella: Gevonden in rauw gevogelte, eieren en vlees. Veroorzaakt diarree, koorts en buikkrampen. Incubatietijd 6 tot 72 uur. Wordt gedood bij 75°C kerntemperatuur.
  • Listeria monocytogenes: Groeit zelfs bij koeltemperaturen (tot 0°C). Gevaarlijk voor zwangeren, ouderen en mensen met verminderde weerstand. Komt voor in kant en klare producten, zachte kazen en gerookte vis.
  • E. coli O157:H7: Produceert Shiga toxine dat nierfalen kan veroorzaken, vooral bij kinderen. Bron is vaak onvoldoende verhit rundvlees of besmette groenten.
  • Campylobacter: De meest voorkomende bacteriële verwekker van voedselinfecties in Nederland. Bijna altijd afkomstig van rauw kippenvlees of 
  • Bacillus cereus: Vormt hittestabiele toxines in rijst, pasta en andere zetmeelrijke producten. Snelle koeling na bereiding is essentieel.

Virussen

Virussen vermenigvuldigen zich niet in voedsel, maar gebruiken het als transportmiddel. Een zeer kleine dosis is al voldoende voor infectie. Besmetting gebeurt meestal via geïnfecteerde medewerkers of besmet water.

  • Norovirus: Zeer besmettelijk, veroorzaakt acute gastro-enteritis. Verspreidt zich via de fecaal-orale route. Goede handhygiëne is de belangrijkste preventie.
  • Hepatitis A: Veroorzaakt leverontsteking. Komt voor in schelpdieren uit besmet water en besmette bessen. Incubatietijd 15 tot 50 dagen.

Parasieten

Parasieten zijn organismen die leven ten koste van een gastheer. Ze komen voor in rauw of onvoldoende verhit vlees en vis, en in ongewassen groenten en fruit.

  • Toxoplasma gondii: Gevonden in rauw varkensvlees en schapenvlees. Gevaarlijk voor zwangeren (kan geboorteafwijkingen veroorzaken).
  • Anisakis: Rondworm in rauwe vis (sushi, haring). Wordt gedood door invriezen op -20°C gedurende minimaal 24 uur of door verhitting tot 60°C.
  • Trichinella: Komt voor in wild zwijn en varkensvlees. Verhitting tot 71°C kerntemperatuur doodt de parasiet.

Schimmels en gisten

Schimmels produceren mycotoxines die hittestabiel zijn: ze overleven koken, bakken en andere verhittingsprocessen. Het verwijderen van zichtbare schimmel is daarom niet voldoende.

  • Aflatoxines – Geproduceerd door Aspergillus schimmels op noten, granen en specerijen. Kankerverwekkend bij langdurige blootstelling. Grenswaarden zijn vastgelegd in EU wetgeving.
  • Ochratoxine A – Komt voor in koffie, wijn, gedroogd fruit en granen. Nierschadelijk.

De temperatuurgevarenzone

Tussen 7°C en 60°C groeien de meeste pathogene bacteriën optimaal. Dit is de reden dat temperatuurbeheersing centraal staat in elk voedselveiligheidsplan. De vuistregels:

  • Koud bewaren: Koelproducten onder 7°C, bij voorkeur onder 4°C
  • Warm houden: Minimaal 60°C, bij voorkeur boven 65°C
  • Verhitten: Kerntemperatuur minimaal 75°C voor de meeste producten
  • Koelen na bereiding: Van 60°C naar 7°C binnen 4 uur

Verhitting bij een CCP is vaak de laatste stap die pathogenen elimineert. Zie ons artikel over Critical Control Points voor concrete voorbeelden van kritische limieten.

Kruisbesmetting voorkomen

Kruisbesmetting is de overdracht van micro-organismen van een besmet product of oppervlak naar een schoon product. Dit is een van de meest voorkomende oorzaken van voedselinfecties in de horeca en voedselproductie.

Kritieke beheersmaatregelen:

  • Scheid rauw en bereid voedsel in opslag, bereiding en transport
  • Gebruik gescheiden snijplanken en messen (kleurcodering)
  • Was handen na contact met rauwe producten
  • Reinig en desinfecteer werkoppervlakken tussen bewerkingen
  • Bewaar rauw vlees en gevogelte onderaan in de koeling (druppelbesmetting voorkomen)

Microbiologische gevaren in uw HACCP plan

Bij de gevarenanalyse doorloopt u elk processtap en bepaalt u welke pathogenen kunnen voorkomen, hoe waarschijnlijk besmetting is, en hoe ernstig de gevolgen zijn. Voor elke geïdentificeerde gevaar bepaalt u vervolgens de beheersmaatregelen.

Typische CCP's voor microbiologische gevaren:

  • Verhitting (pasteurisatie, sterilisatie, koken, bakken)
  • Koeling na bereiding
  • Invriezen (voor parasietenbestrijding in vis)

Microbiologisch onderzoek van eindproducten of omgevingsmonsters is een verificatiemaatregel om te controleren of uw systeem werkt. Bij afwijkende resultaten start u een onderzoek naar de oorzaak en mogelijk een recall procedure. Meldingen van ernstige besmettingen worden geregistreerd in het RASFF systeem.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen infectie en intoxicatie?

Bij een infectie vermenigvuldigt het micro-organisme zich in het lichaam (bijvoorbeeld Salmonella). Bij een intoxicatie maakt het micro-organisme een gifstof in het voedsel aan voordat u het eet (bijvoorbeeld Staphylococcus aureus toxine). Intoxicaties hebben vaak een kortere incubatietijd.

Doodt invriezen alle bacteriën?

Nee. Invriezen remt de groei van micro-organismen maar doodt ze niet. Na ontdooien kunnen bacteriën zich weer vermenigvuldigen. Invriezen is wel effectief tegen parasieten zoals Anisakis in vis.

Hoe vaak moet ik microbiologisch testen?

Dit hangt af van uw product en proces. De NVWA verwacht een risicogebaseerde bemonsteringsfrequentie. Producenten van kant en klare producten testen doorgaans vaker dan bedrijven die alleen verhitte producten maken.

Microbiologische gevaren beheersen

Een goede beheersing van microbiologische gevaren begint met een gedegen gevarenanalyse. Bekijk ons HACCP plan voorbeeld om te zien hoe u microbiologische gevaren systematisch in kaart brengt en beheerst.